Kwartaalbericht Q2 2026

Jules Looijmans en Tom van Berkel

|

28 augustus 2026

Terugblik

Het tweede kwartaal van 2026 stond in het teken van geopolitieke ontwikkelingen, hardnekkige inflatie en een ongekend hoog investeringsniveau in technologie en kunstmatige intelligentie. Halverwege juni verbeterde het marktsentiment aanzienlijk nadat de Verenigde Staten en Iran een voorlopig akkoord bereikten en de Straat van Hormuz werd heropend. De afgenomen spanningen zorgden voor een scherpe daling van de olieprijs, waardoor de inflatiedruk afnam en de zorgen over de mondiale energievoorziening verminderden.

Ondanks de lagere energieprijzen bleef de inflatie in Europa en de Verenigde Staten hoger dan centrale banken wenselijk achtten. Een brede versoepeling van het monetaire beleid bleef daardoor uit. In de Verenigde Staten hielden sterke economische groei, een krappe arbeidsmarkt en hoge investeringen in AI-infrastructuur de economie op stoom. Beleggers gaan er daarom steeds meer van uit dat de rente langer op een relatief hoog niveau blijft. Europa liet een gemengd beeld zien. Hoewel de inflatie geleidelijk afkoelde, bleef de economische groei achter door zwakke industriële activiteit en terughoudende consumentenbestedingen. Daarmee lag het groeitempo duidelijk lager dan in de Verenigde Staten. Op de obligatiemarkten bleef de volatiliteit hierdoor hoog. Sterke economische cijfers in de Verenigde Staten en wereldwijd aanhoudende inflatierisico’s temperden de verwachtingen van snelle renteverlagingen. Vooral kortlopende obligatierentes reageerden hier gevoelig op.

Aandelenmarkten toonden zich opvallend veerkrachtig. Veel belangrijke beursindices sloten het kwartaal af op of nabij recordniveaus. Vooral technologiebedrijven profiteerden van de aanhoudende vraag naar chips, datacenters en AI-toepassingen. Sterke bedrijfsresultaten ondersteunden het vertrouwen dat de huidige investeringsgolf de economische groei voorlopig blijft stimuleren.

Opvallend was dat zowel goud als olie terrein verloren. Dat is uitzonderlijk, aangezien goud doorgaans profiteert van geopolitieke onzekerheid. De gelijktijdige daling van beide grondstoffen laat zien hoe sterk de markten momenteel worden gestuurd door veranderende verwachtingen rond rente, groei en geopolitieke ontwikkelingen.

Vooruitkijkend blijven de financiële markten gevoelig voor nieuwe schokken. Geopolitiek, energieprijzen, inflatie en monetair beleid beïnvloeden elkaar voortdurend. Tegelijkertijd vormt de wereldwijde investeringsgolf in kunstmatige intelligentie nog steeds een belangrijke motor achter economische groei en beursrendementen. De vraag is vooral hoe lang dit hoge investeringstempo kan worden volgehouden voordat een normalisering optreedt.

“Aandelenmarkten bereikten recordniveaus, gedreven door een ongekende investeringsgolf in AI”

Economische trends

De wereldeconomie liet in de afgelopen drie maanden een gemengd maar veerkrachtig beeld zien. Daarbij ontstond een duidelijke tweedeling tussen de Verenigde Staten en Europa.

De Amerikaanse economie bleef sterk presteren dankzij robuuste consumentenbestedingen, een krappe arbeidsmarkt en aanhoudende investeringen in technologie en AI. De groei lag dicht bij, en soms zelfs boven, het potentiële groeitempo (2 a 2,5% per jaar) van de economie. Na een reële bbp-groei van 2,1% in het eerste kwartaal bleven de inkoopmanagersindices (PMI’s) in de Verenigde Staten ruim boven de grens van 50 punten. Zowel de industrie als de dienstensector bevonden zich daarmee in expansiegebied. Tegenover deze sterke economische ontwikkeling stond een hardnekkige inflatie. De Amerikaanse inflatie steeg in mei naar 4,3%, het hoogste niveau sinds 2023. Hogere energieprijzen vormden hiervoor de belangrijkste aanjager. Hoge inflatie in combinatie met sterke werkgelegenheidscijfers droegen bij aan de verwachting dat renteverlagingen voorlopig uitblijven. Deze verwachting werd versterkt door de benoeming van Kevin Warsh als nieuwe voorzitter van de Federal Reserve. Warsh staat bekend als voorstander van een strikt monetair beleid en benadrukte direct dat het terugbrengen van de inflatie naar de doelstelling van 2% prioriteit heeft.

Europa kende een moeilijker kwartaal. De economie van de eurozone kromp in het eerste kwartaal met 0,2% op kwartaalbasis. Vervolgens werd de groeiverwachting voor 2026 verlaagd naar 0,8%, tegenover eerdere verwachtingen van circa 1,2%. De oorlog in het Midden-Oosten en de aanhoudend hoge energieprijzen drukten de economische vooruitzichten verder. Ook de PMI-cijfers bevestigden dit beeld: de samengestelde index daalde in mei, om in juni weer op te veren naar 49,5. Daarmee bleef de index nog altijd onder de groeigrens van 50, maar was wel een licht herstel zichtbaar. De inflatie liep intussen op van 2,5% in maart naar 3,2% in mei. Voor de ECB was dit reden om de rente in juni met 25 basispunten te verhogen, naar 2,25%. Na het afnemen van de spanningen in het Midden-Oosten en de heropening van de Straat van Hormuz zakte de inflatie in juni echter terug naar 2,8%. Daarmee nam ook de druk af om de rente op korte termijn verder te verhogen.

Ook Azië liet een wisselend beeld zien. China worstelde met een zwakke binnenlandse vraag en aanhoudende druk op de vastgoedsector, waardoor de groei achterbleef. Japan deed het beter: de export herstelde en bedrijven investeerden weer meer. Toch bleef het land kwetsbaar voor schommelingen in de wereldhandel en de energieprijzen.

Tot slot zorgde het Verenigd Koninkrijk voor politieke onrust. Het aangekondigde ontslag van premier Keir Starmer bracht tijdelijk extra onzekerheid op de financiële markten, al blijven de economische gevolgen tot nu toe beperkt.

Valuta

De Amerikaanse dollar behield zijn status als veilige haven. Tijdens de escalatie van het conflict met Iran won de dollar snel terrein ten opzichte van de euro. De EUR/USD-wisselkoers daalde daarbij richting 1,14. Na de eerste berichten over een voorlopig staakt-het-vuren keerde rust terug op de markten. Hierdoor verzwakte de dollar opnieuw en steeg de euro richting 1,18 dollar. In de tweede helft van het kwartaal draaide deze beweging echter weer om. Aanhoudende geopolitieke spanningen en afnemende verwachtingen voor renteverlagingen in de Verenigde Staten ondersteunden de dollar, waardoor de EUR/USD-koers opnieuw richting 1,14 daalde.

“De inflatie bleef hardnekkig, met energieprijzen als belangrijkste aanjager”

Aandelen

Het tweede kwartaal van 2026 werd gekenmerkt door een historische gebeurtenis: de beursgang van SpaceX. Op 12 juni maakte het ruimtevaartbedrijf van Elon Musk zijn debuut tegen een uitgifteprijs van 135 dollar per aandeel. Met een opbrengst van circa 75 miljard dollar en een waardering van ongeveer 1,77 biljoen dollar werd dit de grootste beursintroductie ooit. Het aandeel opende op 150 dollar en sloot de eerste handelsdag af met een koerswinst van circa 19%.

De beursgang stond symbool voor een veel bredere ontwikkeling. Grote technologiebedrijven haalden wereldwijd enorme bedragen op om hun AI-strategieën te financieren. Enkele weken na de beursgang plaatste SpaceX al voor 25 miljard dollar aan obligaties ter financiering van datacenters, rekenkracht en energie-infrastructuur. Ook de zogenoemde Magnificent Seven deden grootschalig beroep op de kapitaalmarkt. Eind mei bedroeg de wereldwijde AI-gerelateerde schuldemissie circa 236 miljard dollar, ruim vier keer zoveel als een jaar eerder. Voor vier van deze zeven bedrijven stijgen de investeringen exponentieel, wat hun vastberadenheid onderstreept om volop in te spelen op de groeiende vraag naar kunstmatige intelligentie.

Deze kapitaalstroom zorgde voor een duidelijke sectorrotatie. Niet alleen chipproducenten profiteerden van de AI-boom, maar ook industriële ondernemingen en technologiebedrijven die de benodigde infrastructuur leveren.

 

De afnemende spanningen in het Midden-Oosten ondersteunden het positieve sentiment. De Dow Jones sloot het kwartaal af boven 52.000 punten, terwijl ook de S&P 500 en Nasdaq nieuwe recordstanden bereikten. In Europa bereikten zowel de EuroStoxx 50 als de bredere Stoxx Europe 600 nieuwe hoogtepunten. De indices stegen in het kwartaal respectievelijk circa 12% en 9%.

Ook in Azië werden records gevestigd: de Nikkei 225 doorbrak voor het eerst de grens van 60.000 punten, terwijl ook de Zuid-Koreaanse Kospi en de Taiwanese aandelenmarkt nieuwe hoogtepunten bereikten. Opkomende markten profiteerden eveneens van het verbeterde mondiale risicosentiment. Chinese bedrijven hadden het daarentegen lastiger: de binnenlandse economie kwam maar moeizaam op gang, waardoor de Chinese beurzen dit jaar per saldo nog altijd in de min staan.

Energieaandelen vormden een uitzondering. Na de sterke stijging in het eerste kwartaal zorgde de dalende olieprijs voor een terugval in de sector. De prijs daalde van ruim 100 dollar per vat naar circa 73 dollar eind juni, waardoor veel eerdere koerswinsten weer verdampten. Over het hele jaar gerekend behoort energie echter nog altijd tot een van de beter presterende sectoren.

Het tweede kwartaal liet daarnaast grote verschillen tussen sectoren zien. Technologie was de uitschieter, maar ook financiële instellingen, vastgoed en industrie behaalden rendementen in de dubbele cijfers. Defensievere sectoren zoals materialen, consumentengoederen en nutsbedrijven bleven daarentegen achter bij de benchmark, ondanks een licht positief rendement. Dit onderstreept dat kapitaal vooral naar offensievere sectoren stroomde. Ook op factor-niveau was dit zichtbaar: groei en momentum presteerden bovengemiddeld, terwijl de factor minimale volatiliteit achterbleef.

Obligaties

De obligatiemarkten werden gekenmerkt door forse schommelingen in de kapitaalmarktrente. Uiteindelijk eindigde het kwartaal met een opwaartse rentebeweging, vooral in de Verenigde Staten. Begin 2026 rekende de markt nog op renteverlagingen vanwege afnemende inflatie. Door de sterke economische groei en de opnieuw oplopende inflatie veranderde dit beeld snel. De Amerikaanse 10-jaarsrente piekte tijdens de escalatie van het conflict in het Midden-Oosten, daalde vervolgens weer en liep aan het einde van het kwartaal op tot boven 4,44%.

Voor bedrijfsobligaties ontstond een gemengd beeld. Investment-grade spreads bleven zowel in Europa als de Verenigde Staten relatief stabiel en historisch laag. High-yieldobligaties reageerden aanvankelijk negatief op de geopolitieke spanningen, maar herstelden daarna sneller. Dankzij hun hogere coupons en kortere looptijden bleken zij minder gevoelig voor rentebewegingen dan investment-grade obligaties. Ook schuldpapier uit opkomende markten presteerde relatief sterk, ondersteund door aantrekkelijke reële rendementen en solide economische fundamenten.

Alternatives

Alternatieve strategieën bewezen opnieuw hun toegevoegde waarde binnen gespreide portefeuilles. Vooral marktneutrale hedgefondsstrategieën boden stabiliteit in een omgeving waarin zowel aandelen als staatsobligaties sterk schommelden. Daarnaast presteerden unconstrained obligatiestrategieën goed dankzij hun flexibiliteit. Door een beperkte duratie aan te houden en selectief te beleggen in segmenten met hogere risicopremies konden zij profiteren van marktverstoringen. Ook arbitrage- en relative-value-strategieën realiseerden aantrekkelijke rendementen. Deze strategieën profiteerden van tijdelijke prijsverschillen die ontstonden door verhoogde volatiliteit. De ontwikkelingen onderstrepen het belang van flexibele, niet-benchmarkgebonden beleggingsoplossingen binnen een complex marktklimaat.

Edelmetalen

Na de sterke stijgingen eerder dit jaar corrigeerden goud en zilver fors. De goudprijs daalde van recordniveaus rond 5.600 dollar naar circa 4.000 dollar per ounce. De zilverprijs zakte van ruim 120 dollar naar ongeveer 60 dollar per troy ounce. De belangrijkste oorzaak lag in de stijgende rente en hogere reële rendementen. Hierdoor werden rentedragende beleggingen aantrekkelijker ten opzichte van edelmetalen. Een sterke Amerikaanse economie en een krachtige dollar versterkten deze trend. De afnemende geopolitieke spanningen en de dalende olieprijs zorgden daarnaast voor een lagere vraag naar veilige havens. Voor de tweede helft van 2026 lijkt stabilisatie waarschijnlijk. Een duurzaam herstel blijft echter afhankelijk van een versoepeling van de renteverwachtingen.

Olieprijs

De Brent-olieprijs piekte in het tweede kwartaal rond 120 dollar per vat als gevolg van de escalatie van het conflict in het Midden-Oosten en de tijdelijke verstoring van de doorgang door de Straat van Hormuz. Na het voorlopige akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran en de heropening van de zeeroute normaliseerde de situatie snel. De olieprijs daalde vervolgens richting 70 dollar per vat. Daarmee bleek de stijging vooral het gevolg van geopolitieke risico’s en niet van structureel hogere vraag.

Cryptovaluta

Cryptovaluta lieten een duidelijk ander beeld zien dan aandelenmarkten. Terwijl aandelenindices nieuwe records bereikten, stond bitcoin onder druk. Na de sterke stijging in 2025 en begin 2026 volgde een scherpe correctie. De belangrijkste oorzaak was het wegvallen van verwachtingen voor renteverlagingen in de Verenigde Staten. Hogere rentes en afnemende liquiditeit maakten risicovolle beleggingen minder aantrekkelijk. Veel beleggers verplaatsten kapitaal naar obligaties, aandelen en andere renderende activa. Daarnaast speelden winstnemingen en de aantrekkingskracht van AI-gerelateerde beleggingen een belangrijke rol.

Omdat cryptovaluta geen onderliggende winstgroei kennen, zijn zij sterker afhankelijk van marktsentiment. Hoewel de correctie fors was, lijkt vooralsnog sprake van een normale consolidatiefase binnen een structureel volatiele markt. De verschuiving van kapitaal naar andere asset classes is ook duidelijk zichtbaar: veel geldstromen bewogen zich weg van goud en bitcoin, richting semiconductorbedrijven binnen de AI-sector.

“Beleggers nemen winst op risicovolle assets als goud en bitcoin en beleggen dit kapitaal in AI-bedrijven”

Samenvattend

Het tweede kwartaal van 2026 werd gekenmerkt door een opmerkelijke combinatie van geopolitieke onzekerheid, hardnekkige inflatie en zeer sterke prestaties van risicovolle beleggingen. De-escalatie in het Midden-Oosten en de daling van de olieprijs zorgden voor verlichting op de financiële markten, maar namen de structurele uitdagingen niet weg. Centrale banken blijven gefocust op inflatiebestrijding, waardoor de rente waarschijnlijk langer hoog blijft dan eerder werd verwacht.

Tegelijkertijd vormden de enorme investeringen in kunstmatige intelligentie de belangrijkste motor achter de economische groei en de sterke prestaties van aandelenmarkten wereldwijd. Die ontwikkeling biedt kansen, maar roept ook vragen op over de houdbaarheid van de huidige investeringsgolf en de toenemende afhankelijkheid van een beperkt aantal groeisectoren. Voor beleggers blijft een goed gespreide portefeuille daarom essentieel. In een omgeving waarin geopolitieke risico’s, economische groei, inflatie en monetair beleid voortdurend op elkaar inwerken, zijn flexibiliteit, risicobeheer en diversificatie belangrijker dan ooit.

Duisenburgh Vermogen B.V.

Juli 2026

Disclaimer

De informatie die is opgenomen in deze publicatie is uitsluitend bestemd voor algemene doeleinden. De in deze publicatie vermelde gegevens zijn ontleend aan door Duisenburgh Vermogen B.V. betrouwbaar geachte bronnen en publiekelijk bekende informatie. Ondanks een zorgvuldige controle van deze informatie kunnen wij niet garanderen dat de informatie steeds correct of volledig is. Duisenburgh Vermogen B.V. aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden. De informatie in deze publicatie is generiek van aard en houdt daarom geen rekening met de specifieke beleggingsdoelstellingen, de persoonlijke financiële situatie en persoonlijke behoeftes. Het kan dan ook niet aangemerkt worden als een persoonlijk advies; het biedt onvoldoende basis voor het nemen van een beleggingsbeslissing. Wij adviseren u voorafgaand aan een eventuele actie deskundig advies in te winnen. Deze publicatie is geen aanbod en u kunt aan deze publicatie geen rechten ontlenen. De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Duisenburgh Vermogen B.V. heeft een vergunning en staat onder toezicht van de Autoriteit Financiële markten en De Nederlandsche Bank.